De Waddenzee krijgt er in 2025 een verlengstuk bij. Het water gaat op het land verder in het Werelderfgoedcentrum Waddenzee in Lauwersoog. Bouwgroep Dijkstra Draisma zorgt er in aanloop naar de opening voor dat alles perfect is om de zeehonden, bezoekers en medewerkers een fijn verblijf te bieden.
De duurzame houten oase aan de haven in Lauwersoog krijgt iedere dag meer vorm. Het Werelderfgoedcentrum Waddenzee wordt een verzamelgebouw waar zieke zeehonden worden opgevangen tot ze weer terug de zee in kunnen. Daarnaast wordt er onderzoek naar het Wad gedaan, kun je exposities bezoeken, komt er een congrescentrum en kan men er terecht voor een kopje thee of een goede lunch na een wandeling in het Lauwersmeergebied.
Dit project is een thuiswedstrijd voor Bouwgroep Dijkstra Draisma, dat haar hoofdvestiging in Dokkum heeft. “Daar houden wij van, zo’n regionaal project in onze eigen achtertuin”, vertelt projectleider Heerke Osinga. Onder andere met werkvoorbereider Sjoerd Melchers is hij al jaren bezig met de realisatie van het Werelderfgoedcentrum Waddenzee. “We zijn een spin in het web voor alle partners in dit project”, legt Melchers uit. “Dit gebouw is ontworpen in Denemarken. De architect legde een prachtig plan op tafel. Aan ons de taak om dat werkelijkheid te maken.”
En die jas zit Bouwgroep Dijkstra Draisma als gegoten. Vanuit een vroeg stadium denken de experts mee in het bouwproces. “Het begint met heel veel en goed onderzoek”, legt Osinga uit. “Het gebouw staat vlak langs het water. Dat brengt veel uitdagingen met zich mee. De getijen kunnen meedogenloos zijn en dus moet je op alles voorbereid zijn.” Melchers vult aan: “Daarom is het gebouw bijvoorbeeld zo’n anderhalve meter hoger gebouwd dan het terrein eromheen. Je wilt natuurlijk niet dat je installaties binnen de kortste keren onder water staan.”
Het gebouw wordt het nieuwe thuis van verschillende bestemmingen, maar de zeehonden staan op de eerste plek. Niet gek dus, dat er enorm veel tijd, energie en vakmanschap is gestoken in hun bassins. “De dieren komen hier ziek binnen en vertrekken pas weer als ze helemaal beter zijn”, legt Osinga uit. “Er zijn drie fases tijdens hun verblijf. In de eerste fase worden ze binnen de muren van het Werelderfgoedcentrum intensief verzorgd en behandeld met medicijnen. In de volgende fases komen ze buiten terecht. Daar hebben ze meer ruimte en kunnen ze verder aansterken voordat ze weer terug naar de zee worden gebracht.”
“Het water in het centrum komt uit de Waddenzee en voelt dus vertrouwd voor de dieren”, zegt Melchers. “Het water kan alleen niet na gebruik direct terug de zee in, omdat dit nu medicijnresten en bacteriën bevat.” Daarom heeft het gebouw een waterzuiveringsinstallatie van topklasse. “En die is ook nog eens ontzettend duurzaam”, vertelt Osinga. Dat het gebouw de groene schakel tussen water en land is, zie je direct. “De buitenkant is gemaakt van gerecyclede houten meerpalen”, legt Osinga uit. “Daarnaast is het gebouw gasloos en goed geïsoleerd. Op het dak of elders op het terrein komen zonnepanelen en er wordt enkel gebruik gemaakt van ledverlichting.” Het Werelderfgoedcentrum belooft dus een cadeau te worden voor mens én natuur.