Tagarchief: Rijksbouwmeester

‘De 22-ste eeuw begint vandaag’

Veenstra-20200920_029
Lees het gehele artikel

Per 1 september is Francesco Veenstra begonnen in zijn functie als Rijksbouwmeester. De medeontwerper van onder meer NS-station Delft is vastbesloten het door zijn voorgangers ‘geplaveide pad’ in daden om te zetten. “Daadkracht op het gebied van de klimaatcrisis en langetermijnvisie zijn nodig om de complexe uitdagingen van de toekomst op te pakken”, vertelt hij. “De 22-ste eeuw begint vandaag. En goed ontwerpen is altijd een basisvoorwaarde.”

Voorgangers Mels Crouwel en Floris Alkemade verbreedden de rol van de Rijksbouwmeester van adviseur naar een meer integrale benadering; ook werd het College van Rijksadviseurs ‘robuuster’ gemaakt. Samen met landschapsarchitect Jannemarie de Jonge en stedenbouwkundige Wouter Veldhuis vormt Veenstra dit college de komende jaren. De geboren Fries verdiende zijn sporen onder meer als mede-eigenaar van Mecanoo. Sinds 2017 is hij partner bij Vakwerk Architecten; de afgelopen twee jaar was Veenstra voorzitter van de Branchevereniging Nederlandse Architecten­bureaus (BNA). 

Anders en beter

Er is werk aan de winkel op het gebied van ruimtelijke opgaven in Nederland. “Het recent verschenen IPCC-rapport onderstreept nog eens dat we de duurzaamheidstransitie niet langer voor ons uit kunnen schuiven. Dat vraagt om een ander perspectief: in plaats van meer en groter, moet het anders en beter”, aldus de kersverse Rijksbouwmeester. “We moeten naar een samenleving die meer gericht is op ‘volhoudbaarheid’, kwaliteit en welzijn. De gebouwde omgeving moet daaraan bijdragen.”

Integrale visie

“Nederland is nog niet vol, maar we zullen toch echt anders met onze ruimte moeten omgaan. Simpelweg omdat claims en eisen straks niet meer passen”, aldus Veenstra. “Ik ben niet zo van de doelstellingen in absolute aantallen als ‘1 miljoen nieuwe woningen tot 2030’, wel van een integrale visie voor de lange termijn. Laten we eens een eeuw vooruitkijken en onszelf de vraag stellen: in wat voor land willen we eigenlijk leven? Niet om op zoek te gaan naar mooie vergezichten, maar juist om terug te redeneren: wat moeten we nú doen?” 

Met de bouw van nieuwe woningen noemt Veenstra meteen één van de belangrijkste uitdagingen van zijn vakgebied. “Voldoende betaalbare woningen zijn een must voor de samenleving, maar dat betekent niet dat je simpelweg moet ‘bouwen, bouwen, bouwen’. Het debat moet niet gaan over aantallen, maar over het land en de stad van de toekomst; over de bijdrage die woningen daaraan kunnen leveren. Land en stad zijn twee zijden van dezelfde medaille: ook in de dorpen en kleine plaatsen – misschien wel juist daar, kunnen woningen een aanjager van leefbaarheid en vitaliteit zijn.” 

Blik vooruit

Om te voorkomen dat we nu beslissingen nemen waar we later spijt van krijgen, moet de blik dus vooruit. “Honderd jaar is ver weg, vergeet niet dat de structuur van het huidige Nederland goeddeels is vastgelegd aan het einde van de 19e eeuw. De toenmalige beslissingen over de aanleg van rivieren, kanalen en wegen vormen nog steeds de ruggengraat van ons land. Dat geldt ook voor de netwerken die we nu aanleggen. Energiebedrijven speuren Nederland af naar onbenutte grond om zonnevelden aan te leggen. Geen zorgen, is het argument, de zonnepanelen zijn er maar voor twintig jaar. Na die twintig jaar is het bodemleven uitgeput en ligt er een elektriciteitsnetwerk dat weer nieuwe activiteiten naar die plek zal trekken. Zulke ingrijpende keuzes vragen een integrale blik.” 

‘Iedereen is nodig’

Ruimtelijk ontwerpers zijn in staat een gezamenlijk toekomstperspectief te schetsen, stelt de Rijksbouwmeester desgevraagd. Veenstra wijst er op dat ontwerpkwaliteit niet het ei van Columbus is. “Ontwerpend denken is een hulpmiddel om nieuwe richtingen te verkennen. Voor echte verandering hebben we daadkracht nodig van iedereen: architecten, ontwikkelaars, bouwers, opdrachtgevers en de overheid. Tijd om vuile handen te maken.”