Tagarchief: Projectbureau Velox

Een casino als toegangspoort tot Nederland

default
Lees het gehele artikel

De nieuwe vestiging, ontworpen door MVSA in samenwerking met Arcadis en Gensler, is gelegen nabij de A67 vlak bij de Duitse grens en ‘’fungeert als toegangspoort tot Nederland’’. Het is bijna een hectare groot en moet in ongeveer tweeënhalf jaar tijd gebruiksklaar worden gemaakt.

Van buiten is het casino een bijzondere verschijning maar ook op het gebied van duurzaamheid is het een doordacht gebouw. Het moet zelfs het meest duurzame casino van Europa worden. Projectbureau Velox droeg met de kennis en kunde van een Werkvoorbereider werktuigbouwkundige installaties bij aan dit toonaangevende project.

HOUTEN BLOEMCONSTRUCTIE

Volgens Erwin Van Lambaart, topman van Holland Casino, vormt het casino de brug tussen de natuur en de stedelijke omgeving. Onder andere om die reden is er een bloem verwerkt in het ontwerp, geïnspireerd vanuit de natuur in dat gebied. Duurzaamheid, ‘’dat is niet alleen rekening houden met groene stroom en afvalverwerking, duurzaamheid is ook hoe je naar de wereld kijkt’’, aldus Van Lambaart.

Een casino verbruikt doorgaans veel energie. In deze nieuwe vestiging is het tegenovergestelde de bedoeling. Er is daarom een houten bloemconstructie gemaakt. De constructie, die een deel van het dak vormt, vangt het regenwater op om dat vervolgens te verzamelen en op verschillende manieren als grijswater te hergebruiken. Aan de binnenkant van het gebouw verbeeldt de bloem het hart van het gebouw. Het geeft het gebouw ook karakter mee en een signatuur.

Volgens een betrokken duurzaamheidsexpert moet er met een project als deze op het gebied van duurzaamheid een integraal geheel gemaakt worden, in plaats van duurzaamheidsingrediënten bij elkaar opstapelen. De houten bloemconstructie maakt deel uit van dat geheel.

GPR-SCORE VAN 8,5

De bloem is niet alleen een vorm van zichtbare duurzaamheid, maar er worden ook tal van duurzame materialen gebruikt. Het hout komt bijvoorbeeld uit duurzaam beheerde bossen. En de wanden zijn holle houten wanden die worden gevuld met inblaasisolatie. Ook wekt het dak zonne-energie op, is er een hybride ventilatie- en verwarmingssysteem, en wordt de parkeerplaats aangelegd met biobased asfalt.

Geheel in de cradle to cradle-gedachte wordt er voor de bouw van dit gebouw beton gebruikt waarvan 30% van het primaire toeslagmateriaal bestaat uit betongranulaat. Dit is verkregen uit sloopwerkzaamheden. De genoemde duurzame eigenschappen samen zorgen ervoor dat het gebouw een gemiddelde GPR-score heeft van 8,5 op een schaal van 1 tot 10. Dat maakt het een aantoonbaar duurzaam gebouw.

INSTALLATIES IN DE HOLLE VLOER

In de holle vloer van het casino zijn veel van de installaties geïnstalleerd en is de elektronische infrastructuur aangelegd. Ook heeft de holle vloer een functie. Het fungeert als koel- en verwarmingssysteem. Verwarmde of gekoelde lucht wordt via de vloer door de roosters de ruimte ingeblazen en dat ervaart men ook meteen.

Projectbureau Velox draagt bij aan uniek en duurzaam cultuurpaleis in Den Haag

Projectartikel_-_Amare_(artist_impression)[2] kopiëren
Lees het gehele artikel

Er worden vier zalen gebouwd voor dansvoorstellingen, concerten en podiumkunsten. Amare wordt in gebruik genomen door het Zuiderstrandtheather, Residentie Orkest, Nederlands Dans Theater en Koninklijk Conservatorium.

De naam is ontleend aan het Latijnse werkwoord amare (liefhebben) en het Italiaanse a mare (aan zee). Tijdens de ontwikkeling werd dit project Onderwijs en Cultuur Cluster (OCC) genoemd door de Gemeente Den Haag.

7 bouwlagen

De bouw van Amare op het Haagse Spuiplein startte 1 juni 2007 officieel. Wethouder Joris Wijsmuller (Cultuur) verrichtte de start. Dat deed hij samen met burgemeester Pauline Krikke, de directeuren van de culturele instellingen en bouwcombinatie Cadanz. Het cultuurcomplex telt 7 bouwlagen en moet voorzien worden van het duurzaamheidcertificaat BREEAM-NL Excellent.

Indeling en voorzieningen

Wanneer bezoekers het gebouw binnenstappen gaan zij de dynamiek van cultuur al ervaren. De theaterzaal ligt direct achter de foyer en biedt 1300 zitplaatsen. Op het grote podium komen dans, cabaret, opera’s, musicals en theatervoorstellingen. Er kunnen enorme decors gebouwd worden, want de backstage is groot.

Op de tweede etage is de concertzaal gelegen. Deze biedt ruimte voor 1500 bezoekers. Het Residentie Orkest, andere grote orkesten en musici gaan daar optreden. De studio’s van Nederlands danstheater liggen op de tweede verdieping. Metershoge ramen en een spiegelwand maken die ruimtes heel licht. Op de 3e verdieping ligt de repetitiezaal die met een uitschuifbare tribune ruimte heeft voor 200 personen.

Fotografie: Martin de Winter, Pelsuma Bouwtoezicht. In de theaterzaal worden decortrekken (trussen) gemonteerd. Hiermee kunnen decorstukken, licht en geluid bewegen in verticale richting.

Onderwijs en amusement op een plek

Het conservatorium is te vinden vanaf de vierde etage. En op diezelfde etage ligt de vierde zaal van Amare, de ensemblezaal. Overdag vindt er onderwijs plaats en ’s avonds zo’n 300 concerten per jaar voor 600 toeschouwers per avond. Op verdieping 4, 5 en 6 zullen zo’n 1000 conservatoriumstudenten en 200 scholieren kunnen studeren. Zij worden in Amare opgeleid tot musicus of danser.

Duurzaamheid

Amare heeft een hoge duurzaamheidsambitie en moet BREEAM-NL Excellent gecertificeerd worden. Het is echter niet standaard om een gebouw met theaterfuncties BREEAM te certificeren. Daarom wordt er een zogenaamd bespoke-traject doorlopen. Dit is samen met de Dutch Green Building Council (DGBC), de beheerder van BREEAM-NL, opgezet. Hierbij is dus sprake van een op maat gemaakte beoordelingsrichtlijn voor Amare.

Om in aanmerking te komen voor het certificaat is in beginsel goed nagedacht over onder andere het energie- en waterverbruik, materialisatie, welzijn van de gebruikers en de omgeving. Concreet kun je bij Amare denken aan de geplaatste LED-verlichting, zonnepanelen (+/- 4.000 m2), koudeopslag in de bodem en hemelwater voor het doorspoelen van de toiletten.

Betrokken partijen

Het gebouw is ontworpen naar de nieuwste akoestische inzichten door architecten JCAU en NOAHH. De opdrachtgever is de gemeente Den Haag. De hoofdaannemers zijn Boele & van Eesteren en Visser & Smit Bouw (samen bouwcombinatie Cadanz). En de elektrotechnische en werktuigbouwkundige installaties zijn gerealiseerd door HOMIJ.

Ook Velox-collega Martijn de Bruijn draagt bij aan dit project. Dat doet hij met zijn kennis en kunde op het gebied van installatietechniek waarbinnen hij al jaren werkzaam is. Op zijn 16e is hij begonnen als hulpmonteur en is sindsdien doorgegroeid naar kwaliteitscontroleur en toezichthouder. Op dit project beoordeelt hij dan ook de installaties op kwaliteit en veiligheid. De Bruijn, die voor dit interview een pauze inlaste van zijn kluswerkzaamheden thuis, neemt ons mee en vertelt enthousiast over het nieuwe cultuurcomplex.

Velox-professional Martijn de Bruijn

Vier gebouwen onder één omhulsel

‘’Een aantal bijzondere elementen van het gebouw zijn de akoestische scheidingen en de dilataties. Maar vooral de manier van aanleggen is bijzonder te noemen. De aanpak waarbij er zulke hogen eisen worden gesteld wat betreft akoestiek, komt maar in enkele gebouwen in Nederland voor.’’

‘’Daarnaast hebben de vier zalen een eigen fundering. Het zijn daardoor eigenlijk vier gebouwen onder één omhulsel. En die gebouwen moeten gelijktijdig gebruikt kunnen worden zonder dat de gebruikers overlast hebben van elkaar. Denk hierbij aan geluid, maar ook aan trillingen. Zo moet het voor de gebouweigenaar mogelijk zijn om tegelijkertijd een concert te laten plaatsvinden, artiesten te laten repeteren en een theatervoorstelling te hosten. Tevens moeten de overige voorzieningen op hetzelfde moment gebruikt kunnen worden, zoals de opnamestudio’s en de onderwijsomgevingen.’’

Kanalen en leidingen bewegen mee met het gebouw

‘’Door alle zalen is er klimaatbeheersing middels kanalenwerk, leidingenwerk en dergelijke aangelegd. Het is alleen niet de bedoeling dat trillingen worden overgebracht van de ene naar de andere ruimte. Op iedere dilatatie die zowel een akoestische ontkoppeling is, hebben we daarom flexibele glijbeugels aangebracht. Als het gebouw beweegt, moeten de kanalen en leidingen ook mee kunnen bewegen. Daarmee voorkom je de trillingen.’’

‘’Dus om trillingen en spraakoverdracht tegen te gaan zitten er zitten flexibele verbindingen tussen de kanalen, zitten er speciale doorvoeren in de wanden die afgedicht worden, en moeten er extra lagen gips om de rozetten heen geplaatst worden. Die zaken zijn echt heel belangrijk. Misschien wel het belangrijkst, zeker voor mij als toezichthouder op veiligheid en kwaliteit om op te letten. De eisen die op dit project gesteld worden aan de verplaatsing van geluid en trillingen heb ik dan ook nog niet eerder gezien. Dit is vrij uniek in ons land.’’