Tagarchief: Aboma

Veiligheidsbewustzijn: Een zaak van opdrachtgever en opdrachtnemers

GCVB_2022
Lees het gehele artikel

Vanaf 1 januari 2022 nemen opdrachtgevers die de Governance Code Veiligheid in de Bouw hebben ondertekend, veiligheidsbewustzijn op als verplichting in aanbestedingen en contracten. Aboma biedt ondersteuning bij de implementatie door middel van adviestrajecten, om het bewust veilig handelen in bedrijven te meten en vergelijkbaar te maken. “Hierbij wordt, zowel bij opdrachtnemers als opdrachtgevers, de nadruk gelegd op veiligheidscultuur en -gedrag”, zegt Aboma-adviseur Mitran Boelee. 

Van alle partijen in de bouw die de Governance Code hebben getekend of deze onderschrijven, of van bedrijven die voor deze partijen werkzaamheden gaan uitvoeren, wordt vanaf 2022 een extra investering gevraagd in de veiligheid van medewerkers. De Safety Culture Ladder (voorheen Veiligheidsladder) wordt gehanteerd als standaardinstrument. De ladder bestaat uit vijf opklimmende treden of niveaus. Elk cultuurniveau geeft de ontwikkelingsfase aan waarin het betreffende bedrijf zich bevindt op het gebied van veiligheid; de plaats op de ladder wordt bepaald door de hoogste trede waarop het nog aan de eisen voldoet. Aboma helpt de betrokken organisaties, van begeleiding tijdens de implementatie tot certificatie. “Om het veiligheidsbewustzijn in de keten te verhogen, wordt niet alleen certificering gevraagd van opdrachtnemers, ook opdrachtgevers laten zich certificeren. Zo ontstaat een gezamenlijke en eenduidige aanpak voor de gehele sector”, aldus Boelee.

Self Assessment

Ontwikkelaar Synchroon werkte samen met Aboma om de Self Assessment Questionnaire goed in te zetten, door een GAP-analyse en een Plan van Aanpak te maken. Boelee: “Het resultaat staat gelijk aan trede 2 op de ladder; dat niveau moet voor elk VCA-gecertificeerd bedrijf haalbaar zijn.” Kostendeskundige Jochem Joosten van Synchroon: “Incidenten in bouwprojecten wil niemand, en Synchroon werkt al enige jaren aan het vergroten van het veiligheidsbewustzijn, mede ingegeven door de uitvoerende bedrijven waarmee wij samenwerken binnen TBI. De Governance Code haalt de concurrentie uit veiligheid, door het stellen van minimumeisen, en biedt hulpmiddelen om deze te halen. Met behulp van de ladder hebben we snel inzicht gekregen in waar we kunnen verbeteren. Wat ons opvalt, is dat de vragenlijsten dezelfde zijn voor ontwikkelaars, ontwerpers en aannemers en dat vraagt enige aandacht in de beantwoording. Wij zullen bijvoorbeeld van opdrachtgevers een risico-inventarisatie vragen, maar wat er gebeurt na de bouwaanvraag is deel van de uitvoerende praktijk.”

‘Verder specificeren’

Hulp van Aboma bij de interpretatie van de vragenlijst en het maken van een plan was dan ook echt nodig, aldus Joosten. De doorontwikkeling van veiligheidssystemen in het bouwproces is gecompliceerder naarmate het aantal stakeholders toeneemt, erkent ook Boelee. “Voor een bouwend ontwikkelaar zal het eenvoudiger zijn aan een integraal veiligheidssysteem te werken, maar dit soort trajecten is juist bedoeld voor veiligheidsbewustzijn in projectsamenwerkingen.” Mits juist vertaald, zijn Boelee en Joosten overtuigd van het nut van trajecten als deze. “Alleen als geheel komen we in de bouwsector tot een beter veiligheidsniveau en uiteindelijk tot minder ongevallen.”  

‘Voorkomen dat aandacht voor veiligheidsvoorzieningen in liften verslapt’

Lift-op-station-Bunnik-keurmerk
Lees het gehele artikel

Met de lift naar je appartement op de tiende verdieping. De roltrap nemen in het winkelcentrum. We staan er nauwelijks bij stil, zo vanzelfsprekend zijn deze verticale transportmiddelen in ons dagelijks leven. Dat geldt ook voor de veiligheid ervan. Aboma levert hieraan een belangrijke bijdrage. Als Conformiteits Beoordelings Instantie, kortweg CBI, verricht Aboma onafhankelijke keuringen en controles aan liften. 

“Juist omdat de liften in Nederland zo veilig zijn, is de noodzaak van liftkeuringen niet altijd even zichtbaar”, zegt  Manager Liften Bert Huisman van Aboma. “Er gebeuren nauwelijks ongelukken. Toch is het cruciaal om liften te keuren. Hiermee voorkom je dat de aandacht voor veiligheidsvoorzieningen verslapt en dat er wel ongelukken gebeuren.” Het keuren van liften is verplicht en wordt uitgevoerd door CBI’s. Deze beoordelingsinstanties zijn door het ministerie van SZW aangewezen en door de RvA geaccrediteerd. 

Veiligheidsvoorzieningen controleren

Op de vraag welke liften Aboma keurt, antwoordt Huisman: “Wij inspecteren alle gebouwgebonden hijs- en hefmiddelen voor personen en goederen. Hieronder vallen personenliften in onder meer appartementengebouwen en hotels, maar bijvoorbeeld ook roltrappen, scheepsliften, liften in windturbines en liften in civiele kunstwerken. Van deze liften controleren wij of de veiligheidsvoorzieningen aan de geldende wet- en regelgeving voldoen. Denk aan een valinrichting voor als de lift te snel naar beneden gaat, noodverlichting en een alarminstallatie in geval van storing of automatische deurvergrendeling wanneer de lift niet bij de etage staat.” Aboma voert liftkeuringen uit in de handelsfase, dus wanneer de liften voor het eerst in gebruik gaan, en periodieke keuringen in de gebruiksfase. Ook wanneer een bestaande lift wordt aangepast, moet deze gekeurd worden. 

Keuring van een roltrap.

Praktische ervaring

“Bij het keuren is het van belang dat de inspecteurs weten met wat voor producten ze aan het werk zijn”, vervolgt Huisman. “Onze inspecteurs zijn allemaal liftmonteur geweest. Ze weten wat ze keuren en afkeuren, en kunnen dit ook motiveren. Die praktische ervaring is heel belangrijk. Bovendien heeft elke inspecteur een specialisme, zoals windturbines, roltrappen, liften in gebouwen of installaties voor gevelonderhoud. Bij elke inspectie is ook altijd een liftmonteur aanwezig om de lift te bedienen.”

Nieuwe wetgeving en technieken

De wereld van de liften is continu in beweging. De wetgeving verandert elke paar jaar. Technische ontwikkelingen gaan nog een stuk sneller. Huisman: “Dit resulteert in een enorme variatie in liften en lifttechnieken, die elk een andere wijze van keuren vragen. Daar komt de praktijkervaring van onze inspecteurs bij kijken, maar ook het specialisme van de liftmonteur en zijn steeds geavanceerdere tools. Die combinatie is cruciaal om de kwaliteit van onze liftkeuringen hoog te houden en zo de vanzelfsprekende veiligheid van liften te blijven borgen.”   

‘Implementeer omgevingsveiligheid al in de VO-fase van een project’

shutterstock_1892007280
Lees het gehele artikel

Veel stedenbouwkundige ontwikkelingen gaan uit van een ideaal eindplaatje. De stappen die zich gedurende die ontwikkeling voordoen, zoals de bouwfase of omringende bouwprojecten, blijven buiten beschouwing. Dit constateert Theo van Kampen, senior adviseur bij Aboma. Hij pleit ervoor dat ontwerp en uitvoering dichter bij elkaar gebracht worden. En dat begint met ‘hardcore’ veiligheid.

Van Kampen adviseert en ondersteunt zijn collega’s op het gebied van omgevingsveiligheid op bouwprojecten. “We houden ons bezig met zaken die van invloed zijn op de veiligheid van de directe omgeving”, legt hij uit. “Denk aan vallende voorwerpen, draaiende kranen en bouwverkeer dat aan- en afrijdt.”

Een veilige, aantrekkelijke omgeving tijdens het bouwen.

Richtlijnen Bouwbesluit

Van Kampen vervolgt: “Bij het waarborgen van die veiligheid volgen we de richtlijnen van het Bouwbesluit. Een belangrijke richtlijn betreft het bepalen van de bouwveiligheidszone. Dit is de zone waar je buiten moet blijven tijdens sloop-, hijs- of andere risicovolle werkzaamheden. Het Bouwbesluit verplicht tevens om een veiligheidscoördinator directe omgeving in te zetten. Bovendien kunnen gemeenten op grond van het Bouwbesluit eisen dat er vooroverleg plaatsvindt met de opdrachtgever en/of dat er een bouwveiligheidsplan wordt ingediend bij de aanvraag van de omgevingsvergunning. Tijdens de bouw zijn gemeenten bevoegd om op veiligheid te handhaven.” Het Bouwbesluit wordt per 1 juli 2022 vervangen door het Besluit bouwwerken leefomgeving, als onderdeel van de Omgevingswet.

Te veel nadruk op bouwfase

“Bij het naleven van de veiligheidsrichtlijnen uit het Bouwbesluit ligt de nadruk te veel op het moment dat de aannemer gaat bouwen”, stelt Van Kampen. “Het is beter om de richtlijnen al in de VO-fase van het project te implementeren. Mijn advies richting de stedenbouwkundig ontwerper is dan ook: kijk door de bril van de aannemer. Neem zaken als de bouwveiligheidszone, bouwwegen en omringende projecten op in je stedenbouwkundige plan. Zorg dat het te ontwikkelen gebied er gedurende de bouwwerkzaamheden aantrekkelijk uitziet voor de potentiële koper of toekomstige gebruiker. Breng de verschillende stappen in het project in beeld en neem de omgeving daarin mee. Op deze manier creëer je commitment en verloopt het ontwikkel- en bouwproces soepeler en efficiënter.”

Vroegtijdige implementatie van de veiligheidsrichtlijnen leidt tot een soepel bouwproces.

Bouwveiligheidszone, hijszone en hijsgebied

“Waar het om gaat, is dat je in een zo vroeg mogelijk stadium concreet wordt”, vervolgt Van Kampen. “Dat is niet eens zo ingewikkeld. In de VO-fase zijn de hoogte van het gebouw, de hijslast en de te hijsen elementen al bekend. Op basis daarvan kun je de bouwveiligheidszone, de hijszone en het hijsgebied bepalen. En als je weet waar de losplaats is, kun je de aanvoer- en retourroute op een slimme manier een plek geven. De VO-fase is tevens het moment om een risicoanalyse uit te voeren in overleg met de omgevingspartijen. Hierin ligt een belangrijke taak voor de veiligheidscoördinator directe omgeving.”

Afstemming

Niet alleen projectmatig, maar ook op landelijk niveau adviseert Van Kampen over omgevingsveiligheid op projecten. “Afstemming is hier eveneens het sleutelwoord. Tussen gemeenten onderling, maar ook tussen gemeenten, omgevingsdiensten en wegbeheerders. Hoe beter die afstemming, hoe duidelijker ieders rol. En dat leidt weer tot concretere eisen richting ontwikkelaars en bouwers. Op die manier kunnen we met elkaar de ‘next step’ zetten in veilige, goed georganiseerde gebouwde omgevingen.”  

‘Nog veel winst te behalen op veiligheidsgedrag en cultuur’

shutterstock_434116849
Lees het gehele artikel

Er zijn ook bedrijven die zelf een bepaalde trede op deze veiligheidsladder nastreven. De adviseurs van Aboma helpen hier desgewenst bij. In elke fase op weg naar het certificeringstraject, van nulmeting tot implementatie, bieden zij advies en ondersteuning.

De Safety Culture Ladder is een instrument om veiligheidsbewustzijn in een organisatie te meten, inzichtelijk te maken en te vergelijken. De Safety Culture Ladder hanteert vijf treden. Daarbij geldt: hoe hoger op de ladder, hoe meer veiligheid wordt beleefd in een organisatie. Na trede drie gaat dat nog een stap verder en is het zaak om de keten erin mee te krijgen. “Bij de Safety Culture Ladder draait alles om gedrag”, zegt adviseur Harm van Heukelum van Aboma. “Dat is fundamenteel anders dan bijvoorbeeld VCA. En wanneer je op gedrag beoordeeld wordt, moet je ook anders naar je organisatie kijken. Maar hoe doe je dat? Waar begin je? Met dit soort vragen kloppen bedrijven bij ons aan.”

Nulmeting en Plan van Aanpak

Van Heukelum vervolgt: “Waar je ook naartoe wilt op de Safety Culture Ladder, alles begint met de vraag: waar sta ik nu? Als bedrijf kun je die nulmeting zelf uitvoeren, met een Self Assessment. Ondersteunt Aboma hierbij, dan doen wij meer dan het afnemen van de vragenlijst uit het Self Assessment. We interviewen de directie, met vragen als: wat versta je onder veilig gedrag? Wat wil je zien bij de mensen op de werkvloer? Die mensen spreken wij natuurlijk ook. Waar nodig duiden we de vragen uit de vragenlijst. En we kijken rond. Op basis van alle antwoorden en observaties maken we een Plan van Aanpak. Daarin staat welke vervolgstappen nodig zijn om tot de gewenste trede op de Safety Culture Ladder te komen. Die vervolgstappen spreken we goed door, om er zeker van te zijn dat ze aansluiten bij de organisatie. Alleen dan hebben ze kans van slagen.”

Begeleiding implementatie

Na de bespreking van het Plan van Aanpak heeft het bedrijf wederom de keuze: implementeren we de vervolgstappen zelf of met ondersteuning van Aboma? Van Heukelum: “Wij kunnen zestig jaar ervaring inzetten om directies en medewerkers te begeleiden. We bieden diverse trainingen en workshops om het veiligheidsbewustzijn binnen een organisatie te vergroten. Voor degenen die de implementatie binnen de organisatie begeleiden, bijvoorbeeld de KAM-manager, ontwikkelden we eveneens een training.” Na het doorlopen van het implementatietraject volgt het certificatietraject bij een certificerende instantie.

Toekomst

Op de vraag of de Safety Culture Ladder het certificaat van de toekomst is, antwoordt Van Heukelum: “De ladder als instrument leent zich niet voor elk bedrijf. Wel vind ik het van belang dat alle bedrijven bewuster aandacht gaan schenken aan veiligheidsgedrag en cultuur in de hele organisatie. Op dat gebied valt nog veel winst te behalen.”    

Hoogwaardige EHBO- en BHV-trainingen voor de bouwsector

Samenwerking Aboma_Wilgh_300dpi kopiëren
Lees het gehele artikel

“Onze samenwerking gaat zo’n vier jaar terug”, vertelt Pieter Visser, Algemeen Manager Advies bij Aboma. “Als adviesbureau voor veiligheid, kwaliteit en gezondheid in de bouw kregen wij steeds vaker de vraag om projecten langdurig te begeleiden. Onze dienstverlening is daar niet op ingericht. We gingen daarom op zoek naar een stabiele partner die past binnen onze manier van werken. Die partner vonden wij in Wilgh, een
detacheringsbureau voor veiligheidskundigen.” Walter Willigenburg, oprichter van Wilgh, voegt toe: “Onze bedrijfsculturen liggen dicht bij elkaar. We staan allebei voor een mensgerichte no-nonsense aanpak vanuit een hoog kennisniveau.”

één plus één is drie

Willigenburg vervolgt: “De afgelopen jaren hebben we elkaar goed leren kennen. We zien dat we verschillen op het gebied van advies en detachering, maar dat we overeenkomen in het aanbieden van opleidingen. Daarin kunnen we elkaar versterken.” Visser: “De EHBO- en BHV-trainingen van Wilgh zijn een mooie aanvulling op ons trainingsaanbod voor persoonlijke ontwikkeling. Dat is prettig voor onze klanten. Zij hebben aan ons een one-stop-shop in opleidingen en hoeven voor EHBO- en/of BHV-trainingen dus niet meer naar een andere opleider. Een ander voordeel is de krachtenbundeling van Wilgh en Aboma. Dit brengt een synergie teweeg, wat in de trainingen meer oplevert dan de som der delen. Eén plus één is in dit geval drie.”

Inspelen op specifieke situaties in de bouw. (Beeld: Aboma/Shutterstock)

Afgestemd op de bouwsector

De EHBO- en BHV-trainingen die Aboma biedt, zijn te volgen op verschillende niveaus. Van basis tot ploegleider en van regulier tot e-learning. De trainingen zijn, stuk voor stuk, volledig afgestemd op de bouwsector. Willigenburg: “Onze trainers zijn met Aboma naar verschillende bouwplaatsen gegaan, om de risico’s goed in kaart te brengen. Daar sluiten zij met de scenario’s in hun trainingen op aan. Echt maatwerk dus.” Visser benadrukt dat die voeling met de branche heel belangrijk is. Hij geeft een voorbeeld: “Stel, je moet een slachtoffer met een AED reanimeren terwijl hij op de stalen roostervloer van een steiger ligt. Wat doe je dan? Dit soort specifieke situaties kom je niet zo snel in een reguliere EHBO- of BHV-training tegen, maar zijn cruciaal om te weten.” De EHBO- en BHV-trainingen van Aboma voldoen aan de standaarden van NIBHV en het Oranje Kruis. Het aanbod is te bekijken op de website van Aboma.     

‘Samenwerking waar je energie van krijgt’

DJI_0001
Lees het gehele artikel

Een zonnepark met duizenden zonnepanelen, op een terrein van 40 hectare in Middelharnis. Dat is het duurzame decor waartegen een eveneens duurzame samenwerking plaatsvindt op veiligheidsgebied. In opdracht van BELECTRIC GmbH zorgen Aboma en Wilgh QSE voor de HSE-plannen en het veiligheidsmanagement op locatie. 

Tekst | Patricia van der Beek    Beeld | Aboma

De Duitse zonne-energiespecialist BELECTRIC bouwt het zonnepark in opdracht van Vattenfall. De zonne-energie-installatie bestaat uit zo’n 116.000 zonnepanelen en heeft een geïnstalleerd vermogen van 38 MW. Het zonnepark is onderdeel van Energiepark Haringvliet Zuid, de allereerste volledig hybride energiecentrale van Vattenfall waar tevens een windpark van 22 MW en een batterijopslag van 12 MW worden gerealiseerd. “Een mooi project”, zegt projectmanager Alexander Mardo van BELECTRIC. “We werken graag in Nederland, waar de zonne-energiemarkt groeiende is. Bovendien is Vattenfall een vooraanstaande opdrachtgever.”

Projectspecifieke HSE-plannen

“Werken in Nederland én voor Vattenfall betekent eveneens dat er hoge eisen gesteld worden aan veiligheid, gezondheid en milieu”, vervolgt Mardo. “Om op locatie te mogen starten, moesten we een projectspecifiek HSE-plan overhandigen. In Aboma vonden we de partij die dit kon verzorgen.” Oeds van der Wal, adviseur bij Aboma, stelde het plan op. Hij vertelt: “Het ging in eerste instantie om een HSE-plan voor de landmeetfase. Het alleen werken op het open veld was hierin een belangrijk aandachtspunt.” Het tweede HSE-plan dat Aboma opstelde, betrof het zogenoemde ‘palen rammen’. BELECTRIC bracht maar liefst 47.000 palen van drie meter de grond in, als basis voor de onderconstructies en modules van de zonnepanelen. Van der Wal: “In het HSE-plan voor deze fase lag het zwaartepunt op geluid en het werken met hydromechanische apparatuur.”

Gezamenlijk detacheringsloket

In januari 2020 kreeg BELECTRIC de definitieve ‘go’ voor de bouw van het zonnepark. Ook voor deze fase schreef Aboma het HSE-plan, met aandachtspunten als mechanica en fysieke belasting. “Gedurende de bouw, een periode van negen maanden, hadden we behoefte aan een HSE-coördinator op locatie”, zegt Mardo. “Aboma organiseerde dit in samenwerking met Wilgh QSE.” Van der Wal licht toe: “Wilgh QSE is een detacheringsbureau voor veiligheidskundigen waarmee we al jaren samenwerken. Sinds 1 januari 2020 zijn we vaste partners, wat onder meer tot uiting komt in een gezamenlijk detacheringsloket. Vanuit dit loket geven we invulling aan de behoefte aan veiligheidskundige expertise op projectbasis.”

Het zonnepark ligt op een terrein van 40 hectare in Middelharnis.

HSE-management op locatie

Voor het project in Middelharnis bracht Wilgh QSE Hans Baksteen naar voren. Hij startte in maart, op een nagenoeg leeg en modderig terrein. “We richtten het terrein in conform het advies van Aboma”, vertelt hij. “We verdeelden het gebied in twaalf deelgebieden, voorzien van toegangspoorten en vluchtwegen. Daarna gingen al snel de eerste palen de grond in.” Op de vraag waaruit zijn belangrijkste werkzaamheden bestaan, antwoordt Baksteen: “Wanneer medewerkers voor het eerst op het terrein komen, krijgen ze een introductie. Ik informeer hen over het project, de procedures en wat van hen verwacht wordt. Daarnaast zijn er de dagelijkse en wekelijkse safety walks met HSE-inspecteurs van Vattenfall. Verder houden we elke week een toolboxmeeting.”

Ontzorgen

“De samenwerking op dit werk verloopt uitstekend”, zegt Van der Wal. “Daar krijgen we letterlijk energie van!” Ook Mardo is positief: “Ik ben tevreden over de manier waarop Aboma en Wilgh QSE ons op dit project ontzorgen. Ze zijn professioneel, doen wat ze zeggen en houden zich aan de planning. Bovendien stemmen ze plannen, adviezen en uitvoering continu op elkaar af, als één organisatie. Dit komt het bouwproces ten goede. Ik zie de oplevering in december met vertrouwen tegemoet.”