01:35
26-06-2018

‘Nieuwe richtlijn bouw- en sloopveiligheid is grote kans voor marktpartijen’

Bouw- en sloopveiligheid vraagt steeds meer aandacht, onder meer door de toename van binnenstedelijk bouwen. Daarom is er een landelijke richtlijn opgesteld die wordt gekoppeld aan het Bouwbesluit. “Een aannemer die met oplossingen komt, staat er beter voor in de markt”, zegt adviseur Theo van Kampen van Aboma. “De nieuwe richtlijn biedt hierom alleen al een buitenkans voor partijen die een proactief omgevingsbeleid voeren. En dit geldt ook voor gemeenten. Zij kunnen al in de VO-fase initiatief nemen, Aboma Advies kan daarin ondersteunen.”

Voldoen aan de nieuwe landelijke richtlijn, samengesteld door toonaangevende branchepartijen en gemeenten, begint met eenvoudige maatregelen, zegt Van Kampen, die als mede-auteur is betrokken bij de totstandkoming. “Het uitgangspunt is: is er voldoende ruimte om veilig te kunnen bouwen?” In de richtlijn wordt onder meer vastgesteld welke laad- en losplaats en welk hijsgebied wordt toegevoegd aan het bouwterrein waarin geen passanten of omwonenden kunnen verblijven; dat is een aantal meters uitgaand van de bouwhoogte, bijvoorbeeld vijftien meter van de gevel bij een bouwhoogte van vijftig meter. “Daar moet je vooraf met elkaar maatregelen voor treffen, of dat nu de inzet van bepaalde hijsmiddelen is of de afsluiting van een straat. De verantwoordelijkheden zijn met deze richtlijn vooraf duidelijk.” Gemeenten hebben in de totstandkoming van de landelijke richtlijn een belangrijke initiatiefrol gehad. “Ik kan daar als mede-auteur aan toevoegen dat de richtlijn feitelijk nog is verscherpt na aanbevelingen vanuit de branches.” Alles bij elkaar een goede zaak, vindt Van Kampen. “Gemeenten zijn hoe dan ook verantwoordelijk voor de omgevingsveiligheid, maar je moet wel met elkaar het bouwgebied en de directe omgeving formeel afbakenen. Dat gemeenten assertief zijn op dit gebied is belangrijk; dat uitvoerende partijen oplossingen bedenken is noodzakelijk.”

In de VO-fase
Het algemeen belang is gediend bij zoveel mogelijk draagvlak; vandaar de opstelling van een landelijke richtlijn. “Dat houdt in dat een projectpartner in de bouw, of dat nu de vergunningverlener, opdrachtgever, ontwikkelaar, aannemer of leverancier is, eigenaarschap toont in de omgevingsveiligheid, en dat wordt met deze richtlijn veralgemeniseerd op uitvoerbare wijze”, aldus Van Kampen. “Dus niet: wil jij even voor akkoord tekenen, maar gemeenschappelijk oplossingen bedenken.” Die oplossingen moeten komen vanuit de markt – een ‘gigantische kans’, vindt Van Kampen. “Het moet van onderop beginnen, vanuit de techniek van leveranciers en uitvoerende partijen. Je gaat hierdoor nog meer zien dat voorlopers in de bouw de norm worden, omdat gemeenten en opdrachtgevers voor dergelijke partijen zullen kiezen. Overige partijen zullen dan snel volgen. Voor Aboma Advies is van belang dat wij in de VO-fase al worden ingeschakeld. Als er pas aan omgevingsveiligheid wordt gedacht in het aanbestedingsproces, is het te laat.” Een projectspecifiek bouwveiligheidsplan moet er in alle gevallen komen, zeker omdat het publiek gebruik van de directe omgeving vaak doorgaat. “Wij kunnen een risicoanalyse maken, knelpunten aangeven en een bouwveiligheidsplan opstellen. Maar dat is een zaak van alle stakeholders.”  

Tekst | Jan-Kees Verschuure   Beeld | Aboma

Abonneer u op onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de laatste trends en ontwikkelingen binnen nieuwbouw, renovatie, restauratie en transformatie.

*Door op 'inschrijven' te klikken gaat u akkoord met onze voorwaarden.

Stedenbouw partners

Komatsuprefab-renovatievloersysteem