Donatus | Verzekeren van monumenten

Een verzekering bewijst haar waarde pas echt bij schade. ‘The proof of the pudding is in the eating’, zoals een Engels spreekwoord zegt. Maar bij het verzekeren van een monument werkt dit uiteraard niet zo. Je kunt moeilijk op een schade gaan zitten wachten en pas daarna een verzekering aafsluiten. Vermijd dus van tevoren zoveel mogelijk risico’s. Een verzekering die niet goed aansluit op de situatie, is zo’n risico.

Waar goed naar gekeken moet worden bij het afsluiten van een verzekering, zijn de roerende en onroerende zaken. Een monument is een onroerende zaak en wordt meestal verzekerd op een opstalpolis. De inboedel en inventaris van het monument zijn roerende zaken en worden verzekerd op een inventaris- of inboedelverzekering.

Roerend of onroerend

De verzekeringsvoorwaarden voor de inventaris en de inboedel zijn niet hetzelfde als die voor de opstal. De monumenten zelf, de opstallen dus, worden verzekerd op basis van de herbouwwaarde. Stel dat een monument na een schade niet wordt herbouwd. Dan geldt meestal dat de schaderegeling geschiedt op basis van het verschil tussen de verkoopwaarde van het monument vóór de schade en de verkoopwaarde na de schade. Inventarissen en inboedels worden in principe verzekerd op basis van nieuwwaarde, waarbij het er niet toe doet of de zaken ook weer aangeschaft worden. Een uitzondering betreft oude of aan het gebruik onttrokken zaken, zoals spullen op de zolder of in de kelder. In dat geval wordt geen nieuwwaarde vergoed, maar dagwaarde. In feite is dit allemaal geen probleem, want de verzekerde wordt er dan bij schade financieel gezien niet slechter van.

Problemen

Er kunnen problemen optreden als er verschillende verzekeraars zijn. Want wat behoort nu eigenlijk tot de opstal en wat tot de inventaris of de inboedel? Wanneer verzekeraars daarover van mening verschillen, kan dat een probleem opleveren. Maar problemen kunnen ook ontstaan wanneer je bij één verzekeraar verzekerd bent. Stel dat het monument alleen verzekerd is tegen brand en storm en de inventaris op uitgebreide condities. En dan ontstaat er een waterschade. Hoort het parket nu bij de opstal of bij de inventaris? Het is dus goed om je bewust te zijn van dit soort zaken. Een waterschade in een monument met een gestuct plafond of met een beschilderde wandbespanning kan tienduizenden euro’s bedragen. Maar is dat risico wel goed verzekerd?

Verbouwing

Bij een verbouwing kunnen er heel specifieke vragen ontstaan rond onroerende zaken. Een waar gebeurd voorbeeld: in een buitenplaats met een theekoepel en een orangerie werd een renovatie uitgevoerd aan de keuken. Maar liefst vijfduizend tegels uit de achttiende eeuw werden verwijderd en in een bouwkeet opgeslagen om na de renovatie weer te worden teruggeplaatst. De waarde bedroeg ongeveer € 10 per tegel. Het ging dus om een bedrag van € 50.000. Maar – u raadt het al – de tegels werden uit de bouwkeet gestolen. En de verzekeraar wilde niet uitkeren, omdat de tegels niet (langer) behoorden tot de verzekerde opstal. De verzekerde liet het er niet bij zitten en startte een rechtszaak. In dit geval oordeelde de rechtbank dat de verzekeraar toch moest betalen. De motivering was: de tegels waren niet weggeweest van de bouwplaats, ze hadden behoord tot de opstal en ze waren bestemd om weer te worden aangebracht.

Toch kunnen we maar beter een rechtszaak voor zijn en dit soort verzekeringszaken vooraf goed bespreken met verzekeraar of assurantieadviseur.

Simon Kadijk
directeur Donatus, dé kerken- en monumentenverzekeraar